introductie

Introductie

De Uithoornse Hockey Club Qui Vive is opgericht in 1963. Op dit moment, seizoen 2024-2025, heeft onze club 690 leden. Deze leden spelen verdeeld over dertien seniorenteams en zesentwintig juniorenteams. Daarnaast wordt getraind door de recreanten en de stokstaartjes. Qui Vive is van start gegaan op het voormalige terrein en clubgebouw van Voetbal Vereniging Uithoorn, aan het einde van de Christinalaan. Rond 1970 is de club verhuist naar de huidige locatie aan de Vuurlijn 30. Inmiddels beschikt de club over vier kunstgrasvelden. Op het naast gelegen terrein lig Tennis Club Qui Vive, in 1978 opgericht als zustervereniging van de hockeyclub. Tot 2003 maakte ook de cricketvereniging UCC Qui Vive deel uit van het complex. Door de komst van de laatste kunstgrasvelden was er helaas geen veld meer beschikbaar voor het uitoefenen van deze sport op ons terrein.


Zie hieronder ons mooie totstandkomingsverhaal van Qui Vive. 


Historie

Graag nemen we jullie mee in het mooie verhaal van de totstandkoming van U.H.C. Qui Vive. Het verhaal van vier enthousiaste jongeren die op verzoek van de burgemeester het initiatief namen om onze mooie hockeyvereniging op te richten.

Misschien een beetje een lang verhaal, maar te leuk om alle details eruit te halen. En dit verhaal willen we ons lang blijven herinneren. Hopelijk brengt het bij jou ook een glimlach op je gezicht.

Begin jaren 60 van de vorige eeuw. Op 10 februari 1963 kwam Burgemeester Koot op verjaardagbezoek bij Dhr. Smelt, die toentertijd zelf ook actief was in de plaatselijke politiek. Jef Smelt, ze zoon van de jarige, was lid van H.C. Myra in Amstelveen en vertelde enthousiast hoe leuk het was om te hockeyen. Een sport die meisjes en jongens samen op één vereniging konden beoefenen, in tegenstelling tot voetbal (jongens) en korfbal (meisjes).

Burgemeester Koot stelde voor dat Jef met wat vrienden zou kijken of er genoeg animo was voor een hockeyclub in Uithoorn. Jef kreeg de opdracht om minstens 100 handtekeningen te verzamelen. Tijdens de koude (Elfstedentocht) winter van 1962-63 ging Jef samen met zijn vriend Bert van den Berge en Loes Bosch en Louk Lapikas met de bus vanuit Uithoorn naar school in Amstelveen. De andere drie jongeren hadden al kennis gemaakt met hockey op school. Daardoor lukt het Jef tijdens zo’n busrit de anderen enthousiast te krijgen voor het plan om 100 handtekeningen op te halen, ze gingen ervoor.


Het viertal vergaderde en maakte een plan. Ieder kreeg een taak. Bert maakte afspraken met de relevante autoriteiten en mobiliseerde samen met Jef hun uitgebreide kenniskring. Jef schreef een brief die ze ronddeelden onder vrienden en bekenden. Loes richtte zich erop dat ook meisjes en vrouwen zich aan zouden meldden. Loek schreef een stuk in de lokale krant, het toenmalige 'Ons Weekblad', en kreeg dat meteen geplaatst, omdat de jongens de sportredacteur kenden. Dit was de bekende plaatselijke gymleraar de heer Senden.

Bij een vergadering bleek er genoeg animo te zijn om een hockeyclub te beginnen in Uithoorn, voor mannen en vrouwen, jongens en meisjes, van welk geloof dan ook. Vooral dat laatste was best bijzonder in die tijd.

Louk belde met het hoofdkantoor van de KNHB in Amsterdam en kreeg een oude vriend van zijn vader aan de lijn. Dat hielp, ze werden uitgenodigd om op bezoek te komen. Netjes in pak gingen ze naar Amsterdam om aan te horen wat nodig zou zijn om een hockeyclub op te richten. De basisvereisten waren minstens 40 leden, één veld met twee doelen, een kleedkamer en ballen. Met het ledenaantal zou het wel goed komen, maar nu de rest...

Tijd om terug te gaan naar burgemeester Koot. Bij hem thuis, aan het Zijdelveld, hebben ze hun plannen aan hem voorgelegd. Hij was erg onder de indruk van hoe het viertal alles had aangepakt en zegde ter plaatse een niet gering bedrag toe om doelen, leg guards en ballen te kopen.

Daarmee was er nog maar één vereiste…een locatie met minstens één veld en twee doelen. En ook dat lukte. Ze kregen de beschikking over twee velden en een oud clubgebouw aan het einde van de Christinalaan. Kort daarvoor was de voetbalvereniging VVU verhuisd naar het Burgemeester Koot Sportpark.

Toen ging alles in een stroomversnelling. Met de hulp van enthousiaste ouders voor bestuursfuncties, was de oprichting, op 9 juli 1963, in het Rechthuis aan de Schans, een feit. Er was een bestuur, onder voorzitterschap van Duco Schiere Sr. Er waren voldoende leden en er was materiaal. En er werden ook drie trainers gevonden: Jan van de Put, Rick Driessen en Jan van der Ben. Allen oude hockeyers, die het hockeyspel moesten introduceren aan alle leden. Met één herenteam en twee damesteams is Qui Vive de competitie in gegaan. Het allereerste tenue bestond uit een groene blouse, een blauwe rok of broek en groene sokken. De groene sokken werden al snel vervangen door rode kousen. Het Qui Vive embleem moest zelf op de blouse bevestigd worden.

Met veel vrijwilligers werd de oude kantine van VVU omgebouwd tot een gezellig clubhuis en het Qui Vive gevoel was meteen een feit. Met elkaar en voor elkaar werken om iets te bereiken.

Van vier enthousiaste jongeren, waarvan maar één lid was van een hockeyclub, is Qui Vive, ruim 60 jaar na dato, uitgegroeid tot een moderne, goed georganiseerde en gezellige club. Net als toen, hebben we actieve jongeren, vrijwilligers en bestuursleden. Jef, Louk, Loes en Bert kunnen trots zijn op hun club, nu onze club. Wij zijn hen dankbaar dat zij in de Elfstedenwinter van 1963 hun droom door hun inzet, enthousiasme en doorzettingsvermogen werkelijkheid hebben laten worden. En daar zijn we als club zuinig op. Want Qui Vive is van ons allemaal!


Speelklassen D1 en H1

Dames 1 en heren 1 zijn in het seizoen 1963-1964 beide in de 4e klasse begonnen.

Voor het totale overzicht van de speelklassen van D1 en H1 door de jaren heen verwijzen we je naar dit overzicht


Share by: